Naar Japan – donderdag 21 februari 2019
We staan om 6.00 uur op want vandaag vliegen we naar Japan, Narita (Tokyo) om precies te zijn. We ontbijten met yoghurt en cruesli en daarna sjouwen we alle tassen naar beneden. Het zijn er nog maar 6; 4 fietstassen, een kanotas en een stuurtasje. Dan heb je dus ook de hele dag het gevoel alsof je wat vergeet. Bij de receptie halen we de fietsdozen op om buiten te wachten op de yellow bus. Deze bus rijdt langs de hotels in de buurt en brengt toeristen naar het vliegveld. Het kan gebeuren dat het zo druk is dat de fietsdozen niet mee kunnen. Maar gelukkig gebeurt dat vandaag niet (en eigenlijk is die kans ook erg klein, begrepen we).
We stappen uit bij international departures waar we bij Air New Zealand elektronisch inchecken en daar bij de automaat ook de extra bagage kunnen afrekenen (500 Nzd). De boardingpas en de bagagetags worden direct geprint en deze plak je dan ook zelf op je bagage. De fietsdozen moeten we apart afleveren bij de oversized bagage. Nutterts fiets is 23 kg en Nicoles fiets is 22,4 kilo. Precies binnen het maximaal toegestane gewicht van 23 kilo.
Nadat de bagage is geregeld drinken we opgelucht een kop koffie en lopen daarna door de douane. We hebben nog 60 dollar die we uitgeven aan een Merino shirtje voor Nicole en 2 kleine repen chocola. Nog even wachten en dan kunnen we boarden. Nuttert zit bij de exit (meer ruimte voor de benen) en Nicole zit 3 rijen verder naar achteren.
De vlucht verloopt voorspoedig. In de ca. 10 uur kijken we beide films of tv series en hebben we regelmatig contact via de interne berichtendienst. Ook wordt er regelmatig eten langs gebracht en voor ons is er vegetarisch eten. Bradley (onze reisagent in Dunedin) heeft dit allemaal keurig voor ons geregeld.
In Narita komen we om 15.25 uur aan (tijdzone NZ is 19.25 uur). Omdat de aansluitende vlucht van een andere terminal vertrekt en we alle bagage in 2 uur tijd moeten verslepen, hebben we in Dunedin al bedacht dat we die stress niet wilden hebben. We hebben bij het vliegveld Narita dus een hotel geboekt. Morgen vliegen we verder. Onze fiets(dozen) hebben de reis goed doorstaan. En vervolgens moeten we bedenken wat we met deze grote dozen doen. Eerst leveren we deze in bij de Bagage storage, maar als we ontdekken dat er een bus naar ons hotel rijdt besluiten we om de fietsdozen toch mee te nemen naar het hotel. Ook omdat we morgen bij een andere terminal vertrekken en de hotelbus ons daar rechtstreeks naar toe kan brengen.
Het hotel heeft een enorme lobby met Oost-Europese allure. Het inchecken gaat zonder problemen. In het hotel is het warm en onze kamer is nog warmer en een raam kan niet open. Het toilet heeft een verwarmde bril met afstandsbediening voor diverse soorten douches voor de verschillende “onderkanten”. Verder is het een degelijke kamer op de 7de verdieping en zelfs het bed is niet heel kort. De stoelen in het restaurant daarentegen zijn dan weer vrij laag. Ondanks dat het ondertussen voor ons gevoel (vanuit NZ) 23.00 uur is, is het hier nog maar 19.00 uur, maar wel al donker. We besluiten bij het restaurant van het hotel te eten.
Nuttert eet een markreel en Nicole eet sushi. We kunnen ons nog steeds in het Engels redden, want de bediening spreekt Engels en de menukaart is ook te lezen. Het smaakt ons goed. Om 20.30 uur zijn we dan weer terug op de kamer en gaan vroeg naar bed.
Aankomst in Fukuoka (1 km) – vrijdag 22 februari 2019
Na een warme nacht, de airco per ongeluk op verwarmen gezet, zijn we lekker vroeg wakker; toch een jetlag?? Na een Europees/Aziatische ontbijtbuffet gaan we naar het vliegveld. We worden door de bus van het hotel afgezet bij terminal 2 en lopen de resterende 860 m via een goed aangegeven route. Het lijkt wel een atletiekbaan, waarschijnlijk als voorbereiding op de Olympische Spelen…
We zijn wat te vroeg voor het inchecken en drinken eerst nog een koffie. En dan dus inchecken. Dat kan je zelf doen, maar bij de bagage afgifte vindt onze hostes Ami dat het niet goed is gedaan. Dus nieuwe stickers. Naast ons staat iemand die moet bijbetalen dus we zijn al bang voor onze fietsen, maar alles gaat prima, ze gaan gratis mee!
Het afgeven van de fietsen moet weer op een andere plek, maar dat gaat uiterst voorzichtig. Alsof het porseleinkasten zijn! Alle medewerkers willen wel zeker weten dat er geen lucht (“no ail in tyle”, voordat we dit begrepen…) meer in de banden zit. Dus dit gaat prima!
En nu verder naar de controle van de handbagage en het vliegtuig.
Zonder dat we het gevraagd hebben zitten we bij de nooduitgang, dus lekker veel beenruimte. En eenmaal in de lucht krijgen we, als een van de weinigen, ook nog iets te eten en drinken. Blijkbaar heeft Bradley een luxe vlucht geregeld. Aan de prijs was dat niet af te zien…
Nicole zit naast een Chinees die in Japan studeert, en de fijne kneepjes van de Japanse taal uitgelegd krijgt, de tijd vliegt dan ook.
Na de landing staan de fietsen al klaar als de bagage nog van de band moet komen. We zijn dan ook een van de eersten weg. Zo makkelijk hebben we nog nooit gevlogen!!
Bij de informatiebalie checken we nog of er een bus naar ons hotel gaat, maar dat is niet het geval. Dat wordt dus fietsen. We zoeken een rustig hoekje (tegenover het toilet voor de service hond) en zetten ze weer in elkaar.
Een dik uur later zitten we op de fiets. We hebben wel wat aanwijzingen voor de beste route nodig, onze navigatieprogramma kent de weg hier niet zo goed… maar na dik een kilometer zijn we bij het hotel. We hebben een keurig soort van appartement, dus met keukentje.
We gaan voor het eten naar de buurtstore, een 7-11. Echt vers eten hebben ze niet, veel kant en klaar maaltijden. En je kan het er ook opwarmen en opeten. Dat laatste doen we dan niet, we lopen daarvoor terug naar het hotel. Op zich smaakt het ook nog prima.
Na de blog enigszins bijgewerkt te hebben, door gebrek aan tijd en bandbreedte lopen we twee weken achter, gaan we weer genieten van onze welverdiende nachtrust.
Kennismaking met Fukuoka en Japan – zaterdag 23 februari 2019
We slapen uit en eten ons ontbijtje met yoghurt en muesli. Met de metro gaan we naar Ohori park. Het is even uitzoeken hoe de ticketautomaat werkt, maar uiteindelijk lukt het ons om twee one-day tickets te bemachtigen. De tip is om eerst het geld al te betalen met max 1.000 yen en dan pas het aantal poppetjes te kiezen en daarna pas soort ticket. De metro is logisch opgebouwd en na hele verhalen in het Japans wordt ook keurig 1x het volgende station in het Engels genoemd.
We stappen uit bij de poort van het kasteel. Naast de verdedigingsmuren is er eigenlijk niets meer terug te vinden van het kasteel en er wordt vrij veel veronderstelt. Er vallen veel bomen op die in bloei staan met rose en en witte bloemen. En deze worden al veelvuldig gefotografeerd door Japanners, toeristen en er wordt door een vrouw in kimono voor geposeerd. Later horen we dat het niet de kersenbloesem is, maar de abrikozenbloei of perzikenbloei. We slenteren nog wat door het park en moeten nog wennen aan het bewolkte weer en de nog net niet ontluikende bomen en planten. Veel natuur is nog in z’n wintertooi. Dat is wel even omschakelen in vergelijking met de zomer in NZ.
Bij Starbucks drinken we een kop koffie. Zij zijn op veel plekken te vinden in Japan, omdat er pas kort geleden nog geen echte koffiecultuur was. Starbucks is in dat gat gesprongen.
We zitten daar lekker in het zonnetje aan een grote vijver en zien veel fietsers, wandelaars en kleine hondjes langskomen. Er vliegen opvallend veel raven en roofvogels rond.
We bezoeken de Japanse tuin
en daarna de dichtbij gelegen Shinto (je kunt dit ook een tempel noemen) die nog heel actief wordt gebruikt. Mensen lopen naar een soort altaartje, buigen 2x, gooien geld op het altaar, klappen 2x en buigen weer. Dat is het hele ritueel. Bij een andere Shinto zien we ook nog dat ze aan een koord trekken met een soort bel.
We lopen nu terug naar de Metro en komen onderweg bij een grotere supermarkt langs waar we boodschappen doen en een gezellige boekwinkel met beleefplekken.
In Tenjin stappen we uit. Hier zien we direct dat we in een duurder shopping centrum terecht zijn gekomen met winkels als Louis Vutton. Nuttert is onder de indruk van het Arcos gebouw van 10 verdiepingen met groene terrassen en zelfs een waterval.
Nicole geniet meer van de Chinese markt met valse zangeres. De boekwinkel die ons was geadviseerd blijkt te klein, maar iets verderop kopen we nog wel een Japanse oplader. We moeten nog wel erg wennen aan alle schreeuwende reclames in de winkels met voor ons onleesbare teksten.
Als we weer teruglopen naar de metro belanden we in een heel groot ondergrondse stratencomplex met kleine winkeltjes waar het ontzettend druk en gezellig is. Het lijkt een wat Franse sfeer uit te stralen.
Met de metro rijden we nu door naar Hakata. Het stationsgebouw heeft 13 verdiepingen en nu beginnen we de vermoeidheid te voelen. Ook hier zijn allerlei straatjes in het gebouw waar restaurantjes, cafés en winkeltjes aan liggen. We vinden een soepwinkel, precies wat we kunnen gebruiken. Dit blijkt wel meer een vrouwending, want er is sporadisch een man te vinden (buiten Nuttert).
Eindelijk vinden we in een boekwinkel Maruzen die echt enorm groot is een geschikt Engelstalige reisgids over Japan die we hebben gekocht. Ter aanvulling op de Lonely Planet met de meest belangrijke steden. Die sjouwen we nu al 4 maanden met ons mee.
Vervolgens gaan we naar de 9de verdieping met allerlei restaurantjes. Om 18.00 uur is het al vreselijk druk. Bij sommige restaurants staan al rijen. Wij kiezen voor Pasta73. Nicole eet pasta met wasabi, zeewier, zalm en advocaat. Nuttert gaat voor de pasta met champignons. Allebei erg lekker. We zitten aan de bar en hebben zicht op het goed op elkaar ingespeelde team. Elke keer als er een nieuw klant binnenkomt roept de ober ko-ni-schi-wa (you’re welcome), waarop alle medewerkers hetzelfde roepen. Heel grappig.
We gaan doodmoe terug naar het hotel en hebben de avond om nog een beetje bij te komen. Nuttert vindt nog de moed om onze laatste week in Nieuw-Zeeland op de blog te zetten. Morgen gaan we fietsen. Spannend.
Fukuoka – Kitakyushu (ca. 83 km) – zondag 24 februari 2019
We trekken vandaag de stoute schoenen aan: fietsen in Japan! Na een zelf gemaakt ontbijtje van yoghurt en muesli, gekocht bij de 7-11, en het weer inpakken van de tassen gaan we op pad. Het is zondag dus waarschijnlijk dat het daarom best rustig is. Ondanks dat rijden we het eerste deel de stad uit, er wonen hier 1,4 miljoen mensen dus daar zijn we wel even mee bezig, over de stoep. Na een uurtje wordt het al wat minder dicht bebouwd, de stoep gaat hier over in een heus fietspad.
Het is misschien wennen maar we vinden de bebouwing in de stad niet heel fraai. Wel zien we in het buitengebied meer oorspronkelijke bebouwing, meer wat je ook herkent als echt Japans, en soms ook met een mooie tuin.
We rijden vandaag eigenlijk geheel langs de kust
soms ook bijna over het strand. Wat we in Nieuw Zeeland nergens gezien hebben, ligt hier veel aangespoeld plastic.
Het is een lange fietsdag, niet al te warm maar wel een voorzichtig zonnetje. Ook hebben we wat tegenwind. We zijn dan ook pas tegen de schemering in Kitakyushu. Na langs grote ijzerfabriek gereden te hebben moeten we nog een rivier oversteken. Door de tunnel mogen we niet, dus dan proberen we de (mega)brug. Aangekomen bij de oprit blijkt dat daar (begrijpelijkerwijs, de brug is heel hoog) ook geen fietsers over mogen. Ondanks dat het heel rustig is doen we dat dan ook maar niet. We ontdekken dat er ook nog een pont gaat, en die vaart nog. Na wat spraakverwarring kopen we een kaartje en varen we over.
We moeten nog 7 km door de stad rijden tot we bij het hostel komen wat Nicole gevonden heeft. Hoe dichter we bij het centrum komen hoe indrukwekkender het wordt. Op een gegeven moment rijden we in een verdiept fietspad onder een dubbeldeks snelweg die verhoogd door de stad gaat: dat is infrastructuur!!! 
Ons hostel blijkt nagenoeg in het centrum van de stad te liggen, en ziet er zo leuk uit dat ons beiden het gevoel bekruipt om een extra nacht te blijven. Maar eerst kijken of dat bij het hostel ook kan. Omdat het op de vierde verdieping zit van een oud kantoorgebouw gaat Nicole kijken wat mogelijk is. En het kan, helaas wel met een kamerwissel dus doen we dat. De eerste nacht slapen we in een Japanse kamer, dus op kousenvoeten met tatami matten en dunne matrasjes, met een geweldig uitzicht op de stad. Kijken hoe dat slaapt…
We gaan in de buurt nog op zoek naar een restaurant, dus lopen we een overdekte winkelstraat (“slechts” 645 m lang) in. Daar zit voldoende dus kiezen we er maar gewoon een.
Na het eten drinken we nog een biertje in de bar (op kosten van het hostel) en gaan dan voorzichtig het bed in.
Dagje Kokura (Kitakyushu-Shi) – maandag 24 februari 2019
We worden vroeg wakker in onze Japanse kamer vanwege het licht buiten, maar we draaien ons nog even om. Vandaag blijven we immers nog een extra dagje. Beide hebben we redelijk goed geslapen ondanks de harde futons (matrassen). Het ontbijt, muesli met melk en fruit, bestellen we in de bar van het hostel voor 4 euro pp. We wisselen van kamer. Best weer een gedoe. En draaien een wasje en dat is in dit hostel kosteloos.
Tegen 11.00 uur gaan we de stad in. Ons eerste doel is het Kokura Castle dat we gisteren al hadden gepasseerd. Dit kasteel is in 1602 gebouwd, maar ergens rond 1880 afgebrand. In 1954 is het vervolgens weer gereconstrueerd en dat is zo te zien goed gelukt, want aan de buitenkant ziet het er heel geloofwaardig uit.
Helaas kunnen we het kasteel niet in vanwege een verbouwing tot 31 maart. Tja, dat kan gebeuren als je in het voorseizoen reist. We lopen wat rond en bekijken weer een shinto en zien een renwedstrijd van kleine Japanse jongetjes die worden aangemoedigd door hun ouders. Ondanks dezelfde sportkleding zie je wel dat ze werk gemaakt hebben van hun hoofdbanden. Schattig om te zien.
Bij het naastgelegen moderne winkelcentrum met bijzondere ronde vormen en veel speelse waterpartijen eten we een crêpe.
We doen een reisgids van Japan op de post, want deze hebben we nu ook als e-book en kopen wollen handschoenen voor Nuttert. Gisteren was het ondanks het zonnetje nog best fris.
Onze volgende stop is de Tanga Market. In de smalle steegjes wordt hier voornamelijk voedsel aangeboden. Het is er gezellig druk en je kunt hier goed verse groenten, vlees, vis en diverse andere verse producten kopen.
Als we aan de andere kant van de markt zijn lopen we naar het Kokura station. Nuttert ziet de rails van de monorail al boven ons hoofd langs gaan. De trein zelf valt een tikje tegen, maar de techniek van deze hoge spoorbanen daar wordt hij erg enthousiast van. Ook zien we aan deze straat regelmatig een soort garageboxen waar een auto in rijdt. Het blijkt dat deze dan met een liftsysteem naar een ondergrondse parking worden gebracht. We hebben het al door, in Japan benutten ze in dit soort steden alle plekken die ze kunnen bedenken zowel hoog als laag. Bij het station gaan we een soort gamecentrum in, waar je verdiepingen vol met spel -en gokcomputers vindt en winkels vol met superheldenpoppetjes.
De schreeuwerige kleuren en harde geluiden zijn overweldigend. Nuttert benoemt dit gevoel naar de film “Lost in translation”.
We hebben nu wel flink wat afgewandeld en zijn moe geworden. Door het enorm grote, overdekte winkelcentrum lopen we terug naar ons hotel, dat dus ontzettend gunstig gelegen ligt. Daar blijven we even een uurtje op onze kamer, waar we 8 stapelbedden tot onze beschikking hebben. We slapen deze nacht namelijk op de dormitory, die wij als tweepersoonskamer mogen gebruiken.
Nicole heeft voor de avond het Japanse restaurant uitgekozen. Gelukkig hebben we met de app maps.me de route gevolgd, want anders hadden we dit restaurant op de eerste verdieping nooit gevonden. Als we boven komen moeten de schoenen uit en komen we bij een vier persoonstafeltje in een verdiepte bak met Japanse kamerschermen. We kunnen op deze manier toch “gewoon” zitten. De jongen die ons helpt spreekt nauwelijks Engels, dus met Google translate maken wij duidelijk dat we geen vlees eten, maar wel vis. Hij stelt shasimi (rauwe stukjes vis) voor. De hotpot die Nicole graag wilde bestellen was helaas alleen met vlees. De shasimi bestaat uit veel taaie stukken octopus en witte vis. Geen groot succes dus. Met het dessert vullen we nog enigszins onze magen.
Al met al een echte Japanse ervaring rijker. Terug in het hotel drinken we nog een biertje en trekken we ons terug in onze kamer.
Kitakyushu – Mine (60 km) – dinsdag 26 februari 2019
Het plan is om vroeg op te staan om zo onderweg wat meer tijd te hebben om dingen te bekijken. Helaas lukt dat niet, Nuttert verslaapt zich. En zo wordt het toch weer dat we tegen 10-en vertrekken.
Om zo snel mogelijk de stad uit te komen volgen we een grotere weg, volgens de route die we volgen. Nadeel is dan wel dat we alle leuke dingen missen. Nicole had gelezen dat het oude deel van Moji het bezoeken waard zou zijn. Maar omdat niet duidelijk is waar dat nou precies is gaan we bij het binnen rijden van Moji van de grote weg af en gaan we (min of meer kris kras) door de stad.
Moji blijkt ook een groot spoorwegmuseum hebben, met veel stoomtreinen, maar omdat we onze fietsen niet op een voor ons acceptabele plek kunnen parkeren laten we dit maar aan ons voorbij gaan. Wel zien we hier een kaart van de omgeving waarop ook een fietsroute door het oude deel aangegeven staat. Nu weten we waar we heen moeten. Daar aangekomen is het voor Nuttert een tegenvaller, voor Nieuw Zeelandse begrippen is het misschien oud, voor Japan zeker niet! Nicole gaat er toch maar een paar foto’s van maken.
Hierna weer door met onze route. We moeten de Kanmon Strait oversteken, het water tussen de eilanden Kyūshū en Honshū. Als fietser mogen we niet over de hangbrug (op plaats 63 van de grootste hangbruggen van de wereld, met een lengte van 1068 m), maar er is een tunnel voor voetgangers. Eerst met een lift ca 50 m naar beneden en dan 800 m lopen (je mag niet fietsen, en daar houdt iedereen zich aan) en dan weer met de lift omhoog. En dat voor 20 yen/fiets (16 cent)!
Hierna volgen we eerst weer een grote weg langs de kust, door een stedelijk gebied. Op een gegeven moment gaan we meer het binnenland in. Omdat onze route nog steeds een grote weg volgt, wat we niet zo leuk vinden, laten we een route berekenen door de app Maps.me. We moeten gelijk een klein weggetje in. Het wordt een mooie route, niet te gek met heuvels en door kleine dorpjes. En heel rustig!
Uiteindelijk zijn we tegen 5-en bij ons hotel (wat we weer niet als zodanig herkennen, achteraf blijkt het een business hotel te zijn en daarom dus alleen in het Japans aangegeven); uiterst vriendelijk worden we onthaald. Na een douche gaan we bij een buurtwinkel nog wat inkopen doen, waarna we voor weinig (1500 ¥) bij een lokaal eethuis prima uit eten gaan.
Het Japans gaat elke dag beter, we (mn Nicole) kunnen al wat praten. Ook begrijpen we een aantal woorden al: 自転車 (jitensha) is fiets, ヨーグルト (yōguruto) is yoghurt en ホテル (hoteru) is hotel. Dat komt dus wel goed!!
Van Mine naar Hagi (48 km) – woensdag 27 februari 2019
Het wakker worden lukt vanochtend niet erg goed. Beide hebben we slecht geslapen vanwege het smalle bed. We starten pas om 10.15 uur. Net als gisteren gaan we onze eigen route volgen via maps.me die meer voor b-weggetjes kiest. Al vanaf het eerste moment fietsen we op smalle wegen vaak niet groter dan een karrenspoor. Hoe verder we van Mine afkomen hoe landelijker het wordt. Met dalen vol rijstvelden, Japanse kleine dorpen, verlaten scholen (want de kinderen zijn op) en voornamelijk oudere Japanners. Je voelt gewoon de historie om je heen.
Al fietsend worden we zelf steeds stiller, want op sommige momenten is er buiten enkele vogelgeluiden niets te horen. Het is sprookjesachtig, het is alsof we dromen, het is pure ontspanning, het is te mooi en te veel om allemaal te onthouden.
Bij een tempel pauzeren we kort. Het is vandaag koud, tussen de 8 – 11 graden. Dus als je te lang stilzit dan krijg je het koud. Nuttert heeft zijn handschoenen zelfs de hele dag aan. Vandaag zit er ook een vervelende klim in de route, maar de afdaling is dan zeer belonend (en koud). We trekken beide nog een extra laagje aan.
Aangekomen in Hagi kunnen we nog niet inchecken bij ons hotel. We zijn te vroeg. We zoeken een supermarkt op om alvast te kijken wat we vanavond gaan eten. We eten een puddingbroodje en een patatje. Dan checken we in. Ook nu slapen we in een Japanse kamer. Het guesthouse is zeer smaakvol ingericht met veel natuurlijke materialen. De schoenen moeten uit en in de gedeelde wc staan aparte slofjes. Er is een zitje en er is een keuken.
In de avond eten we sushi die we bij de supermarkt in de aanbieding (want na 18.00 uur) gekocht hebben. We fantaseren over een Japanse kamer bij ons op zolder.
En het filmpje van deze week:
Helaas vertrekken wij vandaag.
Dat HW1 ook langs de camping loopt is dan echt geen probleem meer. Natuurlijk nemen we een duik in het water. Het voelt heel aangenaam. Dan eten en de tent in. Met het geluid van de golfjes van Lake Taupo (en de auto’s van HW1) vallen we in slaap.
Daarvoor moeten we dezelfde weg weer terug die we gisteren gereden hebben. Tijdens deze rit komen we hardlopers tegen die meedoen aan de estafette rondje om het meer; 155 km!! Een flinke prestatie bij dit warme weer!
Het meest opvallend zijn de verschillende kleuren die we tegenkomen. Oranje afzettingen vanwege natrium, groen water vanwege een bacterie, gele afzettingen door zwaveldampen en rode kleuren door ijzer. Het blijft indrukwekkende natuur zo’n vulkanisch gebied. Op het einde worden we nog verrast door een lime-groene-poel.
Fantastisch!!
Als we terug op de camping zijn zien we dat er een groep Israëlische jongemannen dichtbij ons staan. Ze maken al veel lawaai. We zullen zien wat de nacht brengt.
De grot viel wat tegen, Nuttert heeft in Frankrijk veel mooiere gezien, maar de gloeiwormen waren zeker indrukwekkend.

Het is al best warm, hoewel het wat bewolkt is. Eerst gaan we de spullen die we niet meer nodig hebben via het postkantoor terug sturen naar Nederland. Hoewel we verwachten vaak in hotels oid te overnachten, houden we wel de tent en de slaap spullen. We waren eerst (eigenlijk gisteren nog) van plan om de tent ook terug te sturen, maar afgelopen nacht waren we beide tot de conclusie gekomen om die toch maar bij ons te houden. Maar de kookspullen, de stoeltjes en wat zomerkleding gaat wel terug naar huis: bijna 11 kg. Het wordt dus wat makkelijker fietsen, geen voortassen meer nodig! Al met al zijn we nog best lang bezig om alles goed in de grootst mogelijke doos te krijgen…
Dit hadden we ook al in de media meegekregen, dit alternatief zou onveilig zijn. Hierom is er blijkbaar bewaking bij geplaatst, er staan drie mannen om alles in goede banen te leiden.
Deze loopt hier dichtbij de stad maar van de stad is niets te merken.
en een aantal tunnels wordt het pad slecht. Daar waar vroeger een brug was moeten we via een zeer slecht, steil pad door een dal (met riviertje). Het is ondertussen ook gaan regenen. Het is dus niet de verwachte makkelijke afdaling. Soms is het pad zo smal dat we er met onze bepakking eigenlijk niet langs kunnen.
We rijden door een valley met veel weilanden en bomen. De weg kronkelt wat en loopt glooiend en zo nu en dan horen we de cicaden. Dit eerste stuk tot aan de freecamping is goed fietsbaar. Er is inderdaad weinig verkeer en op veel plekken groeit er mos op het asfalt. Rond 15.30 uur zijn we op onze bestemming in Alfredton. We staan in een weiland waar ook schapen lopen. Dus bij het opzetten van de tent moeten we oppassen voor de schapenkeutels. We zijn lekker vroeg en kunnen de andere campinggasten die later arriveren een beetje bespreken. Helaas zit er naast ons een Spaans stel waarvan de jongen de hele tijd op de ukelele zit te tokkelen.
We vinden dit toch wel een van de mooiste gebieden van Nieuw Zeeland!
Nicole moet de fiets duwen. Nuttert rijdt helemaal naar de top in de brandende zon. We hebben er wel weer even genoeg van. Gelukkig wordt de weg daarna weer gemakkelijker en is het flinke stukken dalen.
Dan zitten we op onze lage stoeltjes in de schaduw lekker wat te lezen. Voor 5 dollar p/p douchen we. Rond 18.30 uur eten we een fish and chips en om 19.00 uur kruipen we onze tent in om nog wat te lezen en wat aan onze blog te werken.
En van de barristo in Porangahau hadden we gehoord dat we bij de naburige countryclub wel kunnen douchen (“The door is never locked”): hier blijven we dus!
naar een in de verte gehouden frisbee wedstrijd. Ook zijn daar een aantal mensen in het water, dus misschien kan het toch? We doen onze schoenen uit en proberen het: het valt niet tegen. Half door het water lopend gaan we terug. Nicole besluit er toch in te gaan, Nuttert kan dan niet achter blijven. Het is niet al te warm maar net te doen. Met de golven kan je ook niet voorzichtig door komen, sommige zijn wel een kleine meter hoog! Na een half uurtje plonzen gaan we er weer uit en gaan we bij de tent weer opwarmen in de zon.
Verder is het bewolkt, waardoor we ook wat later opstaan.
Zo nu en dan passeert een trekker of een auto met hondenkar. Één keer staat er een pilon met “stock” en zien we dat een kudde schapen wordt verplaatst naar een andere weide. Op sommige plekken wemelt het van de vlinders. Er worden er ook flink wat aangereden.

Dan brengen we nog een bezoek aan het museum,
waarna we met de snelbus terug naar Hastings gaan. De buschauffeur zet ons dichtbij de camping af. We doen boodschappen bij de 4square en drinken een wijntje voor het eten. Het is de hele dag warm geweest en die warmte blijft nog lang hangen.
Daar ging het allemaal om. Nuttert kan z’n benen er ook net in kwijt. We zijn tevreden.
of watervallen te bekijken.

Na nog een kop koffie in het nabijgelegen dorp gaan we weer noordwaarts. Het is een afwisselende route door berguitlopers, rivierdalen en kustvlaktes. Zo af en toe is er een stuk landbouwgebied maar grotendeels nog ongerept regenwoud.
In deze buurt kun je deze steen ook zelf vinden in de riviermond. We gaan kort zoeken. Door de regen moeten we er echter eerder mee stoppen.
Onze volgende stop wordt de Hokitika gorge. Daar zou water te zien zijn dat prachtig turquoise zou zijn. Als we er heen rijden begint het harder te regenen. We twijfelen of het water dan wel zo mooi zal zijn. We zetten toch door. De gorge blijkt prachtig, maar het water is grijzig, maar stroomt nu wel met veel kracht door de gorge heen en dat is dan weer indrukwekkend.
Een geologisch interessant punt. Je ziet hier verschillende dunne steenlagen op elkaar gestapeld. Sommige lagen zijn meer uitgesleten door het water dan anderen, waardoor dit een bijzonder effect geeft. We hebben geluk dat de regen is opgehouden en vervolgens zelfs de zon doorbreekt.
Wanneer we weer in de auto zitten ontdekt Nicole dat ze haar vest vergeten is bij het cafe, dus moeten we nog terug. Na ja, kunnen we daar gelijk tanken…
maar helaas werden we geplaagd door sandflies. We vertrokken weer snel.
In de buurt zijn nog wat meer oude gebouwen waar we bij langslopen. Door de palmbomen en het weer doet Nelson erg denken aan plaatsjes aan de Middellandse zee. Lekker relaxt vakantiesfeertje. We lunchen op een terrasje, rijden naar de Queen Gardens om deze te bezoeken, waarna we vertrekken naar Picton.

Na het museum zoeken we ons favoriete terrasje The Dockside op. Vervolgens fietsen we langs de drukke HW 2 en het spoor naar de top10 camping 16 km verderop. Het is een ongezellig grote camping, maar wel netjes. We genieten van de muziek van het verderop gehouden festival The red hot summer Tour met allerlei Australische beroemdheden. Om 21.30 uur is dat afgelopen.
We zeggen tegen elkaar dat we toch wel ontzettend veel geweldig lieve mensen tegenkomen.
een pizza en drinken we een biertje. Als we terugkeren op de camping is deze een stuk voller. We maken nog een praatje met de eigenaresse en horen dat zij de camping nu 3 maanden beheert, nadat haar vader is overleden. Waarschijnlijk gaat ze de camping verkopen, want in Lumsden is sinds kort ook een freedom camping geopend voor auto’s. Dat is een grote concurrent. Gelukkig is de camping dit jaar nog geopend.

begint het wat te druppelen, wat vervolgens uitgroeide tot echte regen. Dus gauw naar binnen! De rest van de avond wordt het ook niet meer droog..
Het is immers een Lord of the Ring filmlocatie geweest (Nen Hithoel en Fangorn Forrest). Best wel laat, zeker omdat we om 16.15 uur een boottocht geboekt hebben naar Queenstown.
Er zijn twee ‘fords’ (doorwaadbare plek in de rivier) waar we doorheen moeten. Onze tactiek is deze keer om de schoenen uit te doen en met blote voeten over de stenen te lopen. De fiets dient om het evenwicht te bewaren.
De omgeving wordt steeds mooier. Na de vlakte fietsen we door een gorge naar beneden. De weg blijft van gravel dus het is oppassen geblazen. Helaas krijgen we vanaf dat moment zo nu en dan toch flinke tegenwind.
Leuk om het veel besproken en met uitsterven bedreigde symbool van Nieuw Zeeland te zien. Verder zijn er in het park veel dieren, ook bedreigd, die we al in het wild gezien hebben maar ook een aantal nieuwe zoals papegaaien en parkieten.
lopen we weer naar de camping en concluderen beide dat Queenstown toch een erg leuke plek was om te zijn!