Plannen – donderdag 14 februari 2019
De wekker gaat al voor zevenen, we hebben een Facetime afspraak met Jelle en Tina. Dus bijpraten van wat er wederzijds allemaal gebeurd is (in Queenstown hadden we dit ook al geprobeerd maar toen waren de mb’s wat te snel op). Omdat er nog tijd over was tot het gesprek met dd ouders van Nicole, probeert ze of Marieke al wakker is. En ja, dus kan er uitgebreid over de voortgang van WIDM gepraat worden.
Voor de dag hadden we een mooi plan gemaakt: een route fietsen naar Kidnapperspoint en het zwembad in. Maar toen puntje bij paaltje kwam hebben we beide niet gedaan. Maar we hebben de tijd wel zinvol besteed: we hebben de route bepaald die we in Japan gaan rijden. Verder veel gekeken wat we daar nu willen gaan doen/zien.
Tegen zessen gaan we op de fiets nog naar de supermarkt. Na eerst de fles rose en het kaasje opgemaakt hebben (onze alcohol tolerantie is wel wat afgenomen😉) gaan we koken en eten het buiten in de schemer op; het is heerlijk zacht weer. We blijven dus nog even zitten, in de tent is het toch te warm…
Per auto naar Taupo – vrijdag 15 februari 2019
In Hastings op de camping pakken we vroeg de tent in. Rond 10.00 uur verlaten we het terrein nadat we de fietsen schoongemaakt hebben. We fietsen via de coastal trail Nasr Napier. Het fietspad is oogverblindend wit, er is gemalen kalksteen voor gebruikt (advies uit de reisgids: gebruik een zonnebril). Het fietst verder heel goed. De route is niet noemenswaardig interessant. We zien vooral veel velden met fruitbomen en kunnen ons voorstellen dat er veel werk is voor fruitplukkers.
In Napier nemen we nog een kop koffie en een lunch. Het festival begint duidelijk naar het weekend te gaan en het is een stuk drukker in de stad. Ook zijn er meer festivaltenten verschenen en lopen er meer mensen “verkleed” op straat.
Helaas vertrekken wij vandaag.
In de buurt van het vliegveld halen we de auto op. Deze moesten we voor minimaal 4 dagen huren. We hebben het zo uitgekiend dat we deze op dinsdag 19 februari (1 dag voor vertrek) bij het vliegveld in Auckland retourneren. Verrassend genoeg krijgen we weer een Toyota Highlander mee. Deze wilden we graag maar was al volgeboekt en was ook behoorlijk prijzig. We weten precies hoe we de fietsen in de auto moeten leggen. Ze passen er weer goed in en vrij snel zijn we vertrokken.
Via HW 5 rijden we over een paar hoge bergen naar Lake Taupo. Dit meer is oorspronkelijk een vulkaan geweest. In de grootste uitbarsting in 181AD is dit meer ontstaan: een caldera. We doen eerst boodschappen en moeten op een drukke weg invoegen door te ritsen. We worden geadviseerd via borden “merge like a zipper”.
We rijden vervolgens naar de top10 camping 34 km verderop die aan het meer is gelegen. We zetten onze tent op direct aan het meer.
Dat HW1 ook langs de camping loopt is dan echt geen probleem meer. Natuurlijk nemen we een duik in het water. Het voelt heel aangenaam. Dan eten en de tent in. Met het geluid van de golfjes van Lake Taupo (en de auto’s van HW1) vallen we in slaap.
Vulkanische vallei (120 km, auto) – Zaterdag 16 februari 2019
Het is toch betrekkelijke rustige nacht geworden, ondanks dat we op 10 m van HW 1 stonden. Het scheelt waarschijnlijk dat het nu weekend is.
Tijdens het ontbijt hebben we nog een FaceTime gesprek met de ouders van Nuttert, ook in Nederland is het nu mooi weer.
We gaan eerst naar Taupo om een kop koffie te drinken.
Daarvoor moeten we dezelfde weg weer terug die we gisteren gereden hebben. Tijdens deze rit komen we hardlopers tegen die meedoen aan de estafette rondje om het meer; 155 km!! Een flinke prestatie bij dit warme weer!
Tijdens de koffie zijn we ook bezig met het vastleggen van de overnachtingen in Auckland en Fukuoka. Terwijl we checken welk vluchtnummer we hebben ontdekken we dat we in plaats woensdag op donderdag vliegen: we hebben dus nog een extra dag in Nieuw Zeeland… We hadden al een planning gemaakt tot ons vertrek, die kan dus op de schop!
Pas tegen tweeën vertrekken we uit Taupo, we zijn nog naar de bibliotheek gegaan omdat daar betere WiFi is, om naar Rotorua te gaan. Het ligt in hetzelfde gebied waarin veel vulkanisme (geweest) is. In Rotorua zijn veel geysers, warmwater- en modderpoelen, etc. We gaan vandaag naar Waimangu Volcanic Valley. Hoewel we wat aan de late kant zijn, als we flink doorlopen dan mogen we nog naar binnen, hebben we nog tijd genoeg om alles te zien. En het is nu ook lekker rustig! Het heeft wel overeenkomsten met IJsland, maar het is hier grootser en ook een stuk warmer en groener. Het ziet er dan ook fantastisch uit!
Aan het einde van de route is een bus die ons weer terugbrengt naar de entree, we hebben nog een paar minuten over.
Hierna gaan we verder naar Rotorua. Eerst bij de supermarkt langs en dan door naar de gekozen camping, die aan een blauw meer zou moeten liggen. Daar aangekomen blijkt er een concert te zijn waarbij je op je drijfding (boot/luchtbed/eend/enz.) daar na kan kijken, druk dus. Maar op de camping zelf is er nog wel plek. En nog betrekkelijk rustig ook nog!
Na in de keuken weer zelf pizza gemaakt te hebben, is het alweer donker. We gaan in de tent nog wat lezen en schrijven.
Het valt wel op dat we hier weer meer Nederlanders tegen komen, we hebben hele gesprekken onze eigen taal; ook wel weer eens makkelijk…
Vulkanisch veld met groene poelen – zondag 17 februari 2019
Vandaag zullen we moeten beslissen wat me met de extra dag in NZ gaan doen. Bij een kop koffie in Rotorua pakken we de Lonely Planet erbij en bekijken onze opties. Gaan we nog naar Coromandel met cathedral cove? Gaan we naar New Plymouth met mt Tamaraki? Gaan we naar Waitomo met de glowworm caves? Dat laatste wordt het. Maar eerst gaan we nog naar een ander vulkanisch veld in de buurt.
In Wai-o-tapu thermal Wonderland worden we eerst overvallen door het feit dat we hier niet cash kunnen betalen en onze maestro-kaart werkt niet. Dus moet Nuttert zijn creditcard gebruiken. Dat doen we liever niet, maar gelukkig hebben we die optie wel. De wandeling loopt over een thermaal veld heen met flink wat kraters, stoomwolken, kokende modderpoeltjes en warme waterstroompjes tot wel 100 graden.
Het meest opvallend zijn de verschillende kleuren die we tegenkomen. Oranje afzettingen vanwege natrium, groen water vanwege een bacterie, gele afzettingen door zwaveldampen en rode kleuren door ijzer. Het blijft indrukwekkende natuur zo’n vulkanisch gebied. Op het einde worden we nog verrast door een lime-groene-poel.
Fantastisch!!
Op de terugweg rijden we nog langs een grote mudpool.
We vervolgen onze weg naar Waitomo, ca 175 km verderop. Het eerste stuk vanaf Rotorua hebben we met de bus al eens gereden. Dan wordt het landschap steeds meer hobbitachtig. We rijden door Arapuni waarvan Nuttert nog weet dat we daar gefietst hebben ca. 3 maanden geleden. Wat alweer lang geleden.
In Waitomo checken we weer in bij de lokale top10 camping. We staan op een mooi plekje. ’s Avonds eten we heerlijk bij het café Huhu.
Als we terug op de camping zijn zien we dat er een groep Israëlische jongemannen dichtbij ons staan. Ze maken al veel lawaai. We zullen zien wat de nacht brengt.
Glow worms in the dark – maandag 18 februari 2019
Ondanks dat we veel onheil verwachten van onze buren viel het reuze mee. Dus lekker geslapen! En we zijn ook vroeg wakker en aan het ontbijt. Achteraf hadden we wat eerder kunnen afspreken voor de glowworm cave dan half 11…
We zijn daar dus ook op tijd dus nog tijd voor een kop koffie. En dan de grot in! Het begint laag maar allengs wordt het hoger. We gaan met trapjes steeds verder de grot in. Daar wordt ook uitgelegd hoe dag nou precies werkt (de stalagmieten en stalagmieten). Diep is de grot is een hoge ruimte met mooie akoestiek. Als er zich niemand aanmeldt voor een gezang, laat de gids het wel horen. Erg mooi! Nog verder de grot in zitten een deel met gloeiwormen (niet echt wormen, maar zo worden de larven van een soort vlieg wel genoemd).
En dan terug. Dat gaat met een bootje. En daar zijn dan de grote hoeveelheden gloeiwormen. Het wordt er bijna licht van!!
De grot viel wat tegen, Nuttert heeft in Frankrijk veel mooiere gezien, maar de gloeiwormen waren zeker indrukwekkend.
Hierna gaan we via een toeristische route naar Cambridge. Dit zou een mooi Engels plaatsje zijn, dus een bezoek waard. Daar aangekomen valt het Engels zijn wel mee (tegen, dus). Na een lunch en wandeling in het park gaan we weer op pad. Onderweg komen we langs Hamilton. We halen hier bij een fietswinkel 2 fietsdozen op. Ze rekenen geen kosten. En dan naar Port Waikato, de laatste kampeerplek! De route gaat deels over highway 1, die nota bene deels dubbelbaans is! Maar nog wel met fietsstroken langs de rijbanen. En ook 100 km/h.
Het laatste deel van de route gaat langs de Waikato River, waar we eerder, verder stroomopwaarts, de trail langs gefietst hebben. De camping is keurig, en ook vlak bij zee. We gaan nog kijken bij de zonsondergang, maar door de bewolking is deze niet “breath taking” maar wel mooi.
Bij het koken komen we nog in gesprek met een Duitse vakantie fietser die net begonnen is, ze heeft nog 8 weken te gaan!! Maar goed, wij gaan nieuw avontuur aan, we gaan nog niet naar huis, nog lange niet!!!
Naar Auckland auto inleveren – dinsdag 19 februari 2019
In Port Waikato pakken we onze tent met weemoed in. We gaan in Japan niet kamperen. We gooien al wat overbodige spullen weg, zoals het tentzeil.
Met de auto rijden we nog bij enkele “reserves” langs en dralen nog wat aan de rivierkant.
Na 40 km zijn we bij de hoofdweg naar Auckland aangekomen. We rijden zelfs op een bepaald moment op een expresssway en dat duurt flink lang. Er gebeurt dus toch nog wel iets qua infrastructuur hier.
In Auckland rijden we eerst naar ons “oude vertrouwde” winkelcentrum Westfield in Papatoetoe. Daar drinken we bijThe Coffee Club, waar we onze reis ook begonnen, weer een kop koffie. Natuurlijk merk je dan hoeveel makkelijker dit ons nu afgaat, het vooraf betalen en het krijgen van een nummertje is nu vanzelfsprekend. Nadat we ducktape gekocht hebben bij een bouwmarkt rijden we richting Apex Rental Cars als we ons bedenken dat we nog moeten tanken. Het verkeer werkt echter niet mee, dus alsnog op het nippertje leveren we de auto (voor de statistieken: na 836 km) in.
We mogen de fietsen een uurtje laten staan en brengen lopend de fietsdoos naar het dichtbijzijnde Ibis hotel, waar we inchecken. Na even een korte schrik, want onze tweede nacht is niet goed geboekt en het hotel is volledig vol, kunnen we hier toch twee nachten in dezelfde kamer blijven. We halen de fietsen op en gaan even een uurtje luieren in de kamer. Daarna weer op pad naar het vliegveld om te informeren naar de fietsdozen van Air New Zealand. Deze blijken kleiner (1420x81x300) te zijn dan de dozen die we mee hebben vanuit de fietswinkel.
We slaan ontbijt in bij de Countdown die in het winkelcentrum bij het hotel is en reserveren een plek in het restaurant Griszma voor 19.00 uur. Na weer even een half uurtje ontspannen op de hotelkamer gaan we eten. Het is ondertussen enorm druk geworden en de ober benoemt wel 3x hoe goed het is geweest dat we hebben gereserveerd. Na een uur wachten krijgen we eindelijk ons eten; een teken dat het echt erg druk is want dit hebben we niet vaak meegemaakt in Nieuw Zeeland.
Terug op de kamer sorteren we onze spullen. We gaan morgen de overbodige spullen opsturen naar Nederland, zoals tent, matrasjes, stoeltjes, kookgerei, zomerkleren et. Japan zal pittig genoeg worden en al het gewicht dat we niet mee hoeven te sjouwen is mooi meegenomen. Laat op de avond sluiten we de dag af met een rosé.
Laatste loodjes (32 km) – woensdag 20 februari 2019
We staan vroeg op, hebben een drukke dag voor de boeg! We ontbijten op de kamer en halen daarna de fietsen op bij de receptie; we gaan met de fiets de stad in.
Het is al best warm, hoewel het wat bewolkt is. Eerst gaan we de spullen die we niet meer nodig hebben via het postkantoor terug sturen naar Nederland. Hoewel we verwachten vaak in hotels oid te overnachten, houden we wel de tent en de slaap spullen. We waren eerst (eigenlijk gisteren nog) van plan om de tent ook terug te sturen, maar afgelopen nacht waren we beide tot de conclusie gekomen om die toch maar bij ons te houden. Maar de kookspullen, de stoeltjes en wat zomerkleding gaat wel terug naar huis: bijna 11 kg. Het wordt dus wat makkelijker fietsen, geen voortassen meer nodig! Al met al zijn we nog best lang bezig om alles goed in de grootst mogelijke doos te krijgen…
Hierna gaan we op zoek naar een kapper voor Nicole. Daarvoor moeten we naar een ander stadsdeel, aan de andere kant van een rivier. Via een brug waar we bij aankomst in Nieuw Zeeland ook overheen gefietst zijn. Alleen blijkt de brug nu afgesloten te zijn (sinds eind november) door acuut instortingsgevaar. Er is gelukkig een alternatief via een opgewaardeerd onderhoudspad van de brug voor het autoverkeer.
Dit hadden we ook al in de media meegekregen, dit alternatief zou onveilig zijn. Hierom is er blijkbaar bewaking bij geplaatst, er staan drie mannen om alles in goede banen te leiden.
In de winkelstraat vinden we een kapper waar Nicole gelijk aan de beurt is. In de tussentijd gaat Nuttert bij de rivier een boek lezen.
Dan weer op weg naar het hotel, maar wel via een omweg om de stad. We volgen deels de wandeltocht over de lengte van Nieuw Zeeland, Te Araroa.
Deze loopt hier dichtbij de stad maar van de stad is niets te merken.
Tegen vijven zijn we weer terug in het hotel. Na een korte break, afkoelen op onze kamer, beginnen we met het inpakken van de fietsen. Net als de andere doos is dit ook passen en meten; de dozen zijn eigenlijk net te klein. Om de fiets van Nicole ingepakt te krijgen moet zelfs het achterwiel er uit! Maar het lukt uiteindelijk, we zijn er bijna 3 uur mee bezig geweest.
Nicole gaat bij de supermarkt nog wat maaltijd salades halen, voor ons galgenmaal. Bij de tv eten we het op.
Na een douche drinken we de wijn van gister nog op, met kaasje en duiken dan het bed in, morgen gaat om 6 uur onze wekker…
en een aantal tunnels wordt het pad slecht. Daar waar vroeger een brug was moeten we via een zeer slecht, steil pad door een dal (met riviertje). Het is ondertussen ook gaan regenen. Het is dus niet de verwachte makkelijke afdaling. Soms is het pad zo smal dat we er met onze bepakking eigenlijk niet langs kunnen.
We rijden door een valley met veel weilanden en bomen. De weg kronkelt wat en loopt glooiend en zo nu en dan horen we de cicaden. Dit eerste stuk tot aan de freecamping is goed fietsbaar. Er is inderdaad weinig verkeer en op veel plekken groeit er mos op het asfalt. Rond 15.30 uur zijn we op onze bestemming in Alfredton. We staan in een weiland waar ook schapen lopen. Dus bij het opzetten van de tent moeten we oppassen voor de schapenkeutels. We zijn lekker vroeg en kunnen de andere campinggasten die later arriveren een beetje bespreken. Helaas zit er naast ons een Spaans stel waarvan de jongen de hele tijd op de ukelele zit te tokkelen.
We vinden dit toch wel een van de mooiste gebieden van Nieuw Zeeland!
Nicole moet de fiets duwen. Nuttert rijdt helemaal naar de top in de brandende zon. We hebben er wel weer even genoeg van. Gelukkig wordt de weg daarna weer gemakkelijker en is het flinke stukken dalen.
Dan zitten we op onze lage stoeltjes in de schaduw lekker wat te lezen. Voor 5 dollar p/p douchen we. Rond 18.30 uur eten we een fish and chips en om 19.00 uur kruipen we onze tent in om nog wat te lezen en wat aan onze blog te werken.
En van de barristo in Porangahau hadden we gehoord dat we bij de naburige countryclub wel kunnen douchen (“The door is never locked”): hier blijven we dus!
naar een in de verte gehouden frisbee wedstrijd. Ook zijn daar een aantal mensen in het water, dus misschien kan het toch? We doen onze schoenen uit en proberen het: het valt niet tegen. Half door het water lopend gaan we terug. Nicole besluit er toch in te gaan, Nuttert kan dan niet achter blijven. Het is niet al te warm maar net te doen. Met de golven kan je ook niet voorzichtig door komen, sommige zijn wel een kleine meter hoog! Na een half uurtje plonzen gaan we er weer uit en gaan we bij de tent weer opwarmen in de zon.
Verder is het bewolkt, waardoor we ook wat later opstaan.
Zo nu en dan passeert een trekker of een auto met hondenkar. Één keer staat er een pilon met “stock” en zien we dat een kudde schapen wordt verplaatst naar een andere weide. Op sommige plekken wemelt het van de vlinders. Er worden er ook flink wat aangereden.

Dan brengen we nog een bezoek aan het museum,
waarna we met de snelbus terug naar Hastings gaan. De buschauffeur zet ons dichtbij de camping af. We doen boodschappen bij de 4square en drinken een wijntje voor het eten. Het is de hele dag warm geweest en die warmte blijft nog lang hangen.
Daar ging het allemaal om. Nuttert kan z’n benen er ook net in kwijt. We zijn tevreden.
of watervallen te bekijken.

Na nog een kop koffie in het nabijgelegen dorp gaan we weer noordwaarts. Het is een afwisselende route door berguitlopers, rivierdalen en kustvlaktes. Zo af en toe is er een stuk landbouwgebied maar grotendeels nog ongerept regenwoud.
In deze buurt kun je deze steen ook zelf vinden in de riviermond. We gaan kort zoeken. Door de regen moeten we er echter eerder mee stoppen.
Onze volgende stop wordt de Hokitika gorge. Daar zou water te zien zijn dat prachtig turquoise zou zijn. Als we er heen rijden begint het harder te regenen. We twijfelen of het water dan wel zo mooi zal zijn. We zetten toch door. De gorge blijkt prachtig, maar het water is grijzig, maar stroomt nu wel met veel kracht door de gorge heen en dat is dan weer indrukwekkend.
Een geologisch interessant punt. Je ziet hier verschillende dunne steenlagen op elkaar gestapeld. Sommige lagen zijn meer uitgesleten door het water dan anderen, waardoor dit een bijzonder effect geeft. We hebben geluk dat de regen is opgehouden en vervolgens zelfs de zon doorbreekt.
Wanneer we weer in de auto zitten ontdekt Nicole dat ze haar vest vergeten is bij het cafe, dus moeten we nog terug. Na ja, kunnen we daar gelijk tanken…
maar helaas werden we geplaagd door sandflies. We vertrokken weer snel.
In de buurt zijn nog wat meer oude gebouwen waar we bij langslopen. Door de palmbomen en het weer doet Nelson erg denken aan plaatsjes aan de Middellandse zee. Lekker relaxt vakantiesfeertje. We lunchen op een terrasje, rijden naar de Queen Gardens om deze te bezoeken, waarna we vertrekken naar Picton.

Na het museum zoeken we ons favoriete terrasje The Dockside op. Vervolgens fietsen we langs de drukke HW 2 en het spoor naar de top10 camping 16 km verderop. Het is een ongezellig grote camping, maar wel netjes. We genieten van de muziek van het verderop gehouden festival The red hot summer Tour met allerlei Australische beroemdheden. Om 21.30 uur is dat afgelopen.
We zeggen tegen elkaar dat we toch wel ontzettend veel geweldig lieve mensen tegenkomen.
een pizza en drinken we een biertje. Als we terugkeren op de camping is deze een stuk voller. We maken nog een praatje met de eigenaresse en horen dat zij de camping nu 3 maanden beheert, nadat haar vader is overleden. Waarschijnlijk gaat ze de camping verkopen, want in Lumsden is sinds kort ook een freedom camping geopend voor auto’s. Dat is een grote concurrent. Gelukkig is de camping dit jaar nog geopend.

begint het wat te druppelen, wat vervolgens uitgroeide tot echte regen. Dus gauw naar binnen! De rest van de avond wordt het ook niet meer droog..
Het is immers een Lord of the Ring filmlocatie geweest (Nen Hithoel en Fangorn Forrest). Best wel laat, zeker omdat we om 16.15 uur een boottocht geboekt hebben naar Queenstown.
Er zijn twee ‘fords’ (doorwaadbare plek in de rivier) waar we doorheen moeten. Onze tactiek is deze keer om de schoenen uit te doen en met blote voeten over de stenen te lopen. De fiets dient om het evenwicht te bewaren.
De omgeving wordt steeds mooier. Na de vlakte fietsen we door een gorge naar beneden. De weg blijft van gravel dus het is oppassen geblazen. Helaas krijgen we vanaf dat moment zo nu en dan toch flinke tegenwind.
Leuk om het veel besproken en met uitsterven bedreigde symbool van Nieuw Zeeland te zien. Verder zijn er in het park veel dieren, ook bedreigd, die we al in het wild gezien hebben maar ook een aantal nieuwe zoals papegaaien en parkieten.
lopen we weer naar de camping en concluderen beide dat Queenstown toch een erg leuke plek was om te zijn!
Onderweg zien we meer verlaten strandjes en ook toevallig nog 3 zeeleeuwen. Na een korte maar stevige klim arriveren we bij een parkeerplaats. Nugget Point is nog 900 meter lopen en Nuttert heeft met zijn fietsschoenen aan daar niet zo’n zin in. Nicole gaat alleen. Onderweg zijn er in de diepte ook nog zeehonden te zien en vooral duidelijk te horen. Dat blijft toch spectaculair.
Het voetpad er naartoe gaat door een native bos; het lijkt wel een jungle.
Hierna komen we door een buurtschap waar we een kop koffie zouden kunnen halen, maar helaas moest de barista weg en is er niets te krijgen. Dus dan maar weer door, de camping is niet ver meer (maar wel twee heuvels verderop).
Bij het gelijknamige café drinken we koffie, waar we aan de praat raken met een Duits meisje die bijna op hetzelfde moment dezelfde route in het Noorden heeft gereden. Zij is echter via de westkust gereden op het Zuiderlijk eiland.
En de rest van de dag zal het niet echt meer droog worden…
maar ‘s nachts gaat het flink tekeer; goed dat we hier een paar nachtjes blijven.
Bij de I-site daarna halen we wat informatie over de ferry naar Stewart Island. Een mogelijke optie voor de komende dagen. Afhankelijk van het weer. Via de supermarkt lopen we terug naar het motel.
(uit 18??, die nodig was voor voldoende water in geval van brand) begint het weer te stortregenen. Na deze bui gaan we langs bij het museum waar tautara’s (lokaal voorkomende hagedissen, die wel 150 jaar oud kunnen worden) te zien zijn.
Het museum is dicht (net als veel andere openbare gebouwen omdat ze niet aardbeving bestendig zouden zijn) maar van buiten zijn deze aparte dieren te zien.
Hieraan kun je wel zien dat deze stad echt is ontworpen. Het stratenplan is rechttoe rechtaan en er is ruimte genomen voor grote parken. Net buiten Invercargill zien we de bordjes van een fietsroute “Southland traverse” staan. Deze volgen we en dat schiet lekker op. Er staat weinig wind, de zon breekt door en de weg gaat heel licht omhoog. Dus het fietsen verloopt voortvarend.
en nog steeds is er nauwelijks wind en blijft het zonnig. We maken eten in de keuken. Het voelt een beetje alsof we in de keuken van Nathan en Rachel koken, maar zij geven beide aan dat we welkom zijn. We eten aan de lange tafels in de “schuur”.
Jon en Lori halen ons weer bij als we daar foto’s van aan het maken zijn. Ze moeten lachen om de interesse. Opnieuw fietsen we weer vooruit, maar opnieuw komen we ze weer tegen. Uiteindelijk staan we met z’n vieren om 18.30 uur bij de informele camping aan een riviertje met alleen een toilet. We zetten onze tenten op en eten ieder ons eigen maaltijd aan de picknicktafel. Om 21.00 uur wensen we elkaar goede nacht en gaan we voor het eerst slapen op een plek waar we bijna helemaal alleen zijn. Ver van alles…
Ondanks dat het een heel klein dorp is, is het wel een actieve gemeenschap: in de winter wordt hier veel aan curling gedaan en is er een internationaal bekend motortreffen!
waar we via bruggen en tunnels doorheen gaan komen we om half zes bij een keurige camping in Omakau aan. We zetten onze tent neer bij die van Jon en Lori, zij zijn ons net voor. We hadden ze hier niet verwacht, maar vinden het erg leuk ze weer te zien! We spreken af om morgenochtend samen te ontbijten, we zijn allemaal niet zo fit/gezellig meer.
en dan gaan ze. Wij zetten de tent op en missen hen.
We komen er achter dat in Clyde geen I-site is. Dat maakt het organiseren van een jetboat voor morgen wel lastiger. Als we dan ook nog via internet lezen dat de kosten 110 NZD p/p zijn besluiten we om niet de Roxburgh Gorge Trail te doen, maar via de highway 8 naar Roxburgh te fietsen. Deze lijkt ons niet zo druk.
Zeker geen rivier om in te zwemmen. Zo nu en dan staan er informatieborden over het goud mijnen. Er is echt in korte tijd vanaf 1865 veel goud gevonden. En ook nu moet er vast nog wel wat te vinden zijn.
Helaas is die wanneer wij passeren buiten dienst… Maar we hebben wel geluk met de aanwezigheid van een cafe op onze route. Volgens onze kaart zou er vandaag geen zijn, maar dus wel!
In Hampden doen we wat boodschappen en lunchen we. Vlakbij zijn de Moeraki boulders, grote ronde “stenen” die in de loop de tijden in de bodem gevormd zijn en langzaam maar zeker door de erosie van de kustlijn op het strand komen te liggen. Omdat het nu hoogwater is en ze dan grotendeels onder water liggen besluiten we om eerst naar de camping te gaan en later er naartoe te lopen.
gevolgd door een aardige klim. Het is een gebied met veel bosexploitatie: deels net aangeplant en deels net omgehakt. Met name dat laatste ziet er niet erg duurzaam uit…

Onderweg spreken we nog mensen uit Dunedin, die ons vertellen dat zich in Dunedin het steilste straatje van de wereld bevindt. Dat belooft niet veel goeds als fietsers.
We maken foto’s en kopen een ticket naar Pukerangi voor woensdag. De dag dat we gaan starten met de Otago Central Rail Trail.
6) een stukje in de botaninische tuin te wandelen en 7) snel een patatje te eten.




De wind wordt echter steeds krachtiger.

Een huisje met toilet, douche, keuken. Deze hebben we onszelf maar gegund. Nog verder rijden was geen optie.
Maar het is warm dus niet al te erg. We worden ingehaald door de drie Nieuw Zeelanders die vandaag bij de camping bij het meer vandaan komen.
Flinke rotsen die uit het landschap zijn gesleten. De route gaat verder door ditzelfde kalksteengebergte. We zien prachtige formaties, kliffen en uitgesleten riviertjes.
De eerste 25 km gaat flink op en neer en is het hard werken. Vooral het wegdek is er af en toe slecht aan toe. Nuttert geniet van alle steensoorten en het ruwe landschap. We rijden op paadjes waar je met de auto niet kunt komen. Fantastisch gewoon!

We ontmoeten voor het laatst nog een keer de 3 Nieuw Zeelanders in een cafeetje. Ze hebben nog een week vrij. Tristan zou de A2O nog en keer willen doen en dan in 3 dagen. Sarah en Nathan gaan liever met de Mini nog een weekje trekken naar het zuiden.
We hebben daar ook nog een “matrix”-ervaring. In een kleine ruimte hebben ze alle wanden, vloer en plafond met spiegels beplakt. Er hangen strengen met gekleurde lichtjes. Je staat midden in een lichtspektakel. Heel bijzondere ervaring.
We komen ook in de Nieuw Zeeland sectie bomen en struiken tegen die we al in het wild gezien hadden, nu weten we hoe ze heten!
(en vergeet Nuttert zijn regenjas waarvoor we dus weer terug moeten) waarna lopen we verder. Na verloop van tijd komen we bij een deel van de stad waar alle huizen gesloopt zijn, alleen de tuinen en de wegen liggen er nog.
Bij de aardbeving van 2011 is hier over een groot gebied liquefactie, bodemvervloeiing, opgetreden. Hierbij verliest de grond zijn sterkte en samenhang en gaat zich als een vloeistof gedragen: huizen, auto’s en dus ook mensen kunnen hierbij in de grond zakken. In deze Red Zone mag dus niet meer gebouwd worden.
Het is een wat basic camping, er is alleen een heel beperkt keukentje. Maar het is er droog!
We doen rustig aan, hangen onze natte kleren te drogen en ontbijten aan de picknicktafel met uitzicht. De tent verplaatsen we naar een zonnig plekje. Rond 10.30 vertrekken we. Na de eerste 500 meter (we stijgen 34 meter) stoppen we bij de eerste parkeerplaats met een lookout op Mt Hutt en de prachtige Raikaia gorge.
Vervolgens nemen we een pauze in een leuk cafeetje met lokale producten. Het begint al wat te spetteren, maar als we weer verder fietsen is de bui overgetrokken. Bij mount Sommers (7 km verderop) begint het weer te druppelen en horen we onweer in de verte. Snel trekken we nu onze regenjassen en broeken aan. Het komt even in ons op om nu al te stoppen bij de camping in dit plaatsje, maar we verwachten dat het een buitje is en met een snelheid van soms 25 km/uur en nog 49 km te fietsen denken we over 2 a 2,5 uur in Geraldine aan te komen.
We worden rondgeleid door een oudere man die trots vertelt over de oude auto’s, trekkers, naaimachines, landbouwwerktuigen, vliegtuigen en overige spullen.
Gelukkig kunnen we via een gravelweggetje binnendoor weer op de route aansluiten, zo lijkt het. Helaas stopt de weg opeens bij een snel stromend riviertje. Aan de overkant loopt deze waarschijnlijk wel door, maar die weg zien we niet. Een nieuw-Zeelandse mountainbiker heeft de omgeving al wat verkend maar ziet ook weinig mogelijkheden om over te steken. We fietsen weer een stukje terug en belanden op de Seven Sisters road; de weg met zeven heuvelen. Het humeur van Nicole wordt er niet beter op.
en een goed gesprek over hoe je in het leven staat (als je ouder wordt).
af bij de camping en we bedanken hen voor deze geweldige dag!
We dalen na zonsondergang weer af
naar de camping. Wat een onverwachte dag is dit geworden!!
en het standbeeld van de schaap-herdershond.
Terug lopend via de stuwdam zien we een wandelroute door het achterland. Na eerst via nieuwbouw (aanzienlijk moderner dan op het noordeiland) te lopen komen we in het buitengebied
met een overdaad aan lupines en bijen met rode klompjes stuifmeel aan de pootjes.
Een schitterend gezicht! Op de terugweg worden we ingehaald door een regenbui.


We zitten bij het strand van rangariti, en genieten van de geweldige golven. De volgende 15 km gaan lekker over vlak land, over een fietspad naast de highway 1. Toevallig komen we nog een gezin tegen die via de site warmshower.org fietsers een douche bij particulieren aanbieden.

Na twee jaar wordt er nog steeds hard gewerkt om met schanskorfen, Terre Armee, gaasmatten etc. de weg en het spoor weer (veilig) berijdbaar te maken.



